Brianna ademde een diepe teug koele nachtlucht in. Voelde ze daar een fris windje? Perfect: wind voor de Wind.
‘Kom dan, Drakey, Drakey,’ zei ze.
Ze stond midden op straat. Zolang Drake nog geen vuurwapen te pakken had gekregen, was ze veilig. Drake was snel met die zweephand van ’m, maar niet zo snel als de Wind. Niemand was zo snel als de Wind.
‘O Dra-hake,’ zong ze met een luide stem. ‘Dra-hake. Waar heb je je verstopt?’
Ze rende over Pacific Boulevard, sloeg af naar Brace Road en sjeesde terug via Golding.
In de verte hoorde ze het dronken gebrul van Orc. Hem zou ze zo gevonden hebben. Maar Orc was het probleem niet.
Drake was nergens te bekennen. Op de hoek bleef ze staan. Of ze kon in het wilde weg rondrennen, of ze kon systematisch de straten uitkammen.
Brianna had het niet zo op systematisch.
Leuker om hem uit te dagen, te tarten tot hij zich liet zien. ‘Kom dan, Drakey, Drakey.’
Ze zoefde naar het huis van Astrid. Geen spoor van Drake.
Ze zoefde naar de brandweerkazerne. Naar de school. Naar het Kliftop en over het strand, met een spoor van opstuivend zand achter zich aan. Waar zou hij heen gaan? Wat zou hij van plan zijn?
Toen drong het tot haar door: Brittney. Drake zat nog altijd met Brittney opgescheept.
Voor zover Brianna wist kon Drake niet voorkomen dat Brittney tevoorschijn kwam.
Waar zou Brittney heen gaan als ze vrij was?
Brianna richtte haar blik op de verwoeste kerk. En net op dat moment hoorde ze er stemmen uit komen.
Ze zoefde de trap op en de kerk in en…
bam!
De gele steekvlam waarmee de knal gepaard ging verblindde haar. Ze bleef zo snel mogelijk staan, maar niet snel genoeg. Ze knalde tegen een kerkbankje op en maakte een salto door de lucht, zonder iets te zien.
Ieder ander zou met zijn gezicht plat op het marmeren altaar zijn gebotst, maar Brianna was niet ieder ander. Terwijl ze door de lucht vloog trok ze haar benen in en draaide zich om, en ze kwam op haar voeten op het altaar terecht. Als een kat.
Ze hapte naar adem van de pijn die door haar heen golfde na de botsing met het bankje. Maar ze onderdrukte de aandrang om het uit te schreeuwen.
Toen zag ze het.
En ze schreeuwde het uit.
Het geweerschot had Brittney in haar gezicht en nek geraakt. De hele linkerhelft van haar gezicht was verdwenen. Haar nek was opengescheurd. Het bloed zou eruit moeten spuiten. Maar hoewel het opengereten vlees zo rood en rauw was als een ongebakken hamburger, kwam er geen fontein van bloed uit de slagaders.
En Brittney stond nog steeds overeind.
Jamal maakte een geluid als van een gemarteld dier; hij jankte van angst.
Hij richtte het geweer op Brittneys borst, maar in de halve seconde die hij nodig had om zijn vinger naar de trekker te brengen stond Brianna al naast hem.
Ze gaf een klap tegen de loop en sloeg hem weg, net toen… bam!
Ze greep Jamal bij zijn nek en trok hem zo snel naar voren dat zijn hoofd naar achteren klapte. Ze stompte hem zes keer in minder dan een seconde en Jamal zakte in elkaar terwijl het bloed uit zijn neus en lippen gutste.
‘Laat me met rust, ik kan er niets aan doen!’ jammerde Jamal terwijl hij op de grond viel en in elkaar kroop om zowel het geweer als zijn gezicht te beschermen.
Brianna wilde niet naar Brittney kijken, echt, echt, echt niet.
‘Gaat het?’ vroeg ze over haar schouder. Geen antwoord van Brittney. Niet zo vreemd, aangezien haar mond over haar achterhoofd was uitgesmeerd.
Brianna zette zich schrap en keek heel even achterom, maar de zweephand kwam er al aan en griste Jamals geweer weg.
Brianna trok haar mes en sprong op Drake af.
Ze stak het mes diep in Drakes borst. Het was een enorm mes, een jachtmes, zo groot als een koksmes en een stuk dikker. Het lemmet zat er helemaal in, tot aan het heft.
Drake grijnsde. ‘Dit wordt leuk.’
Brianna verwachtte dat hij het geweer op haar zou richten, maar in plaats daarvan smeet hij het opzij. Toen trok hij met zijn echte hand het mes uit zijn borst, heel langzaam, alsof hij van elke centimeter staal genoot.
Brianna staarde er gehypnotiseerd naar. En het ontging haar bijna hoe Drakes tentakelarm met een snelle beweging achter haar langs zwiepte.
Bijna.
Maar niet helemaal.
Brianna liet zich vallen en de zweep ging over haar hoofd heen. Drake wierp Brianna’s eigen mes naar haar toe, maar het kwam niet eens in de buurt. Het mes bleef steken in de rug van een bankje.
Brianna trok haar afgezaagde jachtgeweer uit haar rugzak, zette het tegen haar schouder, richtte en schoot.
De kogel raakte Drake in zijn mond. De grijns rond zijn dunne lippen veranderde in een gapend gat, een zwarte poel.
Drake tastte met zijn tentakel naar het gat. Hij stak het uiteinde van zijn zweephand in zijn eigen weggeblazen mond. De rozerode punt kwam bij zijn achterhoofd weer naar buiten en zwaaide naar Brianna.
Drake maakte een grommend geluid dat wellicht een lach was geweest als hij nog een tong, tanden en lippen had gehad.
Brianna deinsde een paar stappen achteruit.
Drakes gezicht leek te smelten en opnieuw vorm te krijgen. Ze zag hoe de tanden, witte parels in het licht van de sterren, een voor een als insecten uit de verscheurde mond kropen en het verse tandvlees vulden.
Brianna voelde aan de draad die ze aan haar riem had gehangen. Het was een e-snaar van een cello die ze had gevonden. Ze had de uiteinden om korte stukjes hout gewonden om zo een wurgstok van één meter twintig te maken.
‘Dit wilde jij met mij doen in de kerncentrale, Drake, weet je nog?’ Brianna kromp in elkaar toen de tong van Drake weer aangroeide in het nogal altijd gapende gat van zijn mond.
‘O, sorry, je kunt even niet zo goed kletsen, hè?’ zei Brianna vals. ‘Nou, weet je wat het is, of ik nu met driehonderd kilometer per uur tegen een draad op loop, of dat de draad met driehonderd kilometer per uur tegen jou op loopt, het principe is hetzelfde.’
Ze pakte de wurgstok, en voor Drake met zijn ogen kon knipperen stond ze al achter hem. De draad krulde zich om Drakes nek toen ze doorrende. De draad ondervond weerstand maar gleed toen door, en ze voelde een krachtige ruk toen de draad door zijn nekwervels sneed, waardoor een van de handvatten uit haar handen vloog.
Drakes hoofd viel. Het kwam hard op de stenen vloer terecht, rolde door, schommelde nog een paar keer heen en weer en bleef toen op één wang liggen.
Niet genoeg, dacht Brianna, en ze draaide zich om, rende terug, sloeg het losse uiteinde van de draad om Drakes middel, ving het handvat op en hield het uit alle macht vast terwijl ze bovenmenselijk snel achteruit rende.
De draad sneed net onder de ribben door Drakes romp, die nog altijd overeind stond. Hij bleef steken bij de ruggengraat.
Brianna gaf een ruk, maar de draad wilde niet door de ruggengraat heen. Ze trok en trok en Drakes lichaam draaide opzij zodat ze zijn ingewanden kon zien, de organen, de doorgesneden spieren die op een biefstuk leken, de bleke darmen, allemaal heel klinisch, als een plaatje, als een of andere afschuwelijke aanwijspop bij biologie.
En ineens had haar verwoede getrek, terwijl ze met trappelende benen op de gladde marmeren vloer probeerde te blijven staan, het beoogde effect, en met een krakend, weerzinwekkend geluid brak de ruggengraat doormidden en viel Drake in twee stukken op de grond.
Brianna hoorde iemand gillen. Het was Jamal, die zijn hand voor zijn gezicht had geslagen maar met grote ogen doodsbang toekeek. Hij gilde en gilde alsof hij nooit meer op zou houden.
Brianna wilde ook gillen. Maar niet van afschuw. Ze wilde juichen, vol woeste vreugde. Ze wilde dansen en zichzelf insmeren met het bloed van haar verslagen vijand. Ze wilde op de lichaamsdelen springen en ze vol verachting vertrappen.
Brianna gooide haar hoofd in haar nek en jankte naar de kapotte dakspanten en de hemel daarboven. ‘Jaaaaaa! Jaaaaaa! De Wind!’
Jamal hield op met gillen. Hij brabbelde iets, maakte geluiden die op woorden leken, als een of andere gekke zwerver. Hij kroop weg over de grond.
Brianna lachte. ‘Wat nou, stoere jongen? Heb je ontdekt dat je de verkeerde kant hebt gekozen?’
De tentakel zat om haar benen voor ze doorhad wat er gebeurde.
Ze keek omlaag en bleef staren, kon niet geloven wat ze zag. Drakes zweephand was twee keer om haar enkels geslagen en kneep hard, perste de botten samen.
Brianna probeerde te schoppen, maar ze kon haar benen geen millimeter bewegen.
Drakes hoofd lag ruim een meter bij zijn bovenlichaam vandaan. De wrede mond was weer teruggegroeid en grijnsde. De kille ogen keken naar haar.
Hij leefde!
Het bovenlichaam duwde zich met zijn goede hand naar het hoofd toe terwijl de tentakel haar met de kracht van een python vasthield. Het onderlichaam – buik, heupen, benen – schopte en spartelde in een poging het bovenlichaam te bereiken.
Drake zette zichzelf weer in elkaar.
Brianna viel op haar billen. Ze tastte automatisch rond naar haar mes, maar dat was te ver weg.
Haar afgezaagde jachtgeweer. Dat had ze weer in haar holster gestopt. Haar hand kreeg het te pakken, rukte het los. Ze richtte op de tentakel die haar been omklemde, op het stuk net voor haar voet, en haalde de trekker over.
bam!
Het schot kwam uit het geweer van Jamal. Hij had het gevonden. Ze zag rook uit de loop kringelen.
Brianna stuntelde met haar geweer, maar haar vingers deden niet wat ze wilde en haar oren tuitten en om de een of andere reden zat haar hele borst onder het bloed.
Drakes hoofd lachte zonder geluid.
Brianna lag hulpeloos op de grond en keek hoe de benen en het onderste gedeelte van het lichaam veranderden. Het waren Drakes benen niet meer, maar mollige meisjesbenen.
Drakes hoofd schreeuwde het geruisloos uit.
De tentakel gleed al weg.
Jamal kwam als in een droom dichterbij, met zijn rokende geweer langs zijn zij.
Brianna zag hoe Drakes lippen woorden vormden: ‘Maak haar af. Maak haar af.’
Maar zonder longen kwam er geen geluid uit zijn mond.
De lichaamsdelen kropen naar elkaar toe. De armen van een meisje tastten rond en vonden het hoofd dat nu van Brittney was, trokken het naar de juiste plek op de schouders.
De benen schopten en trappelden tot de onderkant weer met het bovenlijf was versmolten. Brianna zag het allemaal aan; ze kon zich niet meer bewegen en niet meer helder denken.
Het laatste wat ze zag was hoe Jamal Brianna’s draad gebruikte om Brittneys armen stevig achter haar rug te binden. Hij scheurde een mouw van zijn shirt, maakte er een balletje van en propte dat in Brittneys mond.
Toen liep hij terug naar Brianna. Ze kon nauwelijks horen wat hij zei door het gepiep in haar oren, en wat ze wel hoorde begreep ze nauwelijks.
‘Ik zou je kunnen vermoorden,’ zei Jamal. Hij richtte het automatische geweer op haar, hield de loop op twee centimeter van haar gezicht. ‘Grote kans dat Drake dit uiteindelijk gaat winnen. Als dat niet zo is, vergeet dan niet dat ik je had kunnen vermoorden.’ Hij hield zijn geweer rechtop voor zijn lichaam. ‘En dat ik het niet heb gedaan.’
Al na een paar minuten kwam Edilio samen met Ellen naar binnen rennen, allebei ook gewapend met automatische geweren. Jamal en Brittney waren allang vertrokken.
Edilio knielde naast Brianna neer. Ze zag ongerustheid en medeleven in zijn donkere ogen en in haar ijltoestand vond ze dat heel erg aardig van hem.
‘Ellen, ga Lana halen. Nu!’ beval Edilio.
Aan Brianna vroeg hij: ‘Is hij weg?’
Brianna vond het moeilijk om haar stem te laten doen wat ze wilde. Maar na een paar pogingen wist ze iets uit te brengen: ‘Moet… Sam halen. Ik… Ik kan niet winnen van Drake.’
Edilio keek nors. ‘Ja, da’s een goed idee,’ zei hij terwijl hij de bloederige wonden in haar schouder onderzocht. ‘Helaas is Taylor ervandoor. En verder weet niemand waar we Sam precies kunnen vinden.’
‘Jamal…’ fluisterde Brianna. Maar voor ze de gedachte kon afmaken leek de marmeren vloer open te splijten om haar in een draaikolk de duisternis in te sleuren.
Lance stormde naar binnen.
‘Drake is vrij!’ riep hij.
Turk – voorheen Zils belangrijkste handlanger, voor zover hij wist, en leider van wat er nog van de Mensenclub over was – zei: ‘Lekker belangrijk.’
De Mensenclub was opgericht om op te komen voor de rechten van de normalo’s, die bedreigd werden door de freaks. Dat waren de woorden van de Mensenclub zelf. Maar de meeste anderen zagen de Mensenclub tegenwoordig als een pure haatgroep.
Lance pakte Turk bij zijn schouder en trok hem haast van de stinkende bank waar hij op lag. ‘Luister nou, Turk: snap je niet wat dat betekent?’
Turk snapte niet wat dat betekende; hij had geen idee wat Lance vond dat hij moest snappen. Turk kon Lance over het algemeen niet uitstaan. Ze waren een soort van vrienden, maar alleen omdat ze allebei bij Zil hadden gehoord en de stad aan hun voeten had gelegen. En nu werden ze gedwongen om het allergoorste werk te doen dat Albert voor hen had kunnen bedenken: ze moesten smalle geulen graven waar iedereen zijn behoefte in kon doen, en ze weer dichtgooien als ze vol waren.
Beerputgravers. De Schijtclub werden ze nu genoemd.
En ze moesten Alberts kont likken, want anders kregen ze niks te eten. Ze hadden geluk gehad dat ze niet verbannen waren. Turk had de raad van het plan weten af te houden om hen het bos in te sturen. Hij had gesmeekt, daar kwam het op neer. Hij had hen ervan overtuigd dat het beter was om hem en de andere leden van de Mensenclub in de stad te laten blijven.
Hij had alle schuld voor de brand op Zil afgeschoven. Bleef maar zeggen: ‘Het was niet onze schuld, jongens. Lance en ik konden er helemaal niets aan doen, we werden gedwongen door Zil en Hank. Hank was doodeng, dat weten jullie ook wel. Jullie weten dat Hank een gluiperd was en dat hij ons anders had neergeschoten of in elkaar had geslagen.’
Turk had gejammerd als een baby. Gehuild. En uiteindelijk had hij die zelfingenomen gastarbeider Edilio en vooral Albert ervan weten te overtuigen dat ze nooit meer voor problemen zouden zorgen, never nooit niet meer, lesje geleerd, levens gebeterd.
De Mensenclub werd de Schijtclub. En nog wel erger ook. Een mikpunt van spot.
Turk had een vurige, onsterfelijke hekel aan Albert. Albert had alles en Turk, Lance en de rest van de voormalige Mensenclub kregen een paar smerige kruimeltjes.
Lance wilde maar niet weggaan. Zijn knappe gezicht straalde van opwinding. ‘Jongen, snap je het niet? Als we Albert nu pakken, denkt iedereen dat Drake het heeft gedaan.’
Nu had hij Turks aandacht. ‘Toen we Caine de schuld van die brand gaven geloofde ook niemand het.’
‘Dit is anders. Hoor eens, vind jij het leuk om zo te moeten leven?’ Hij keek woest om zich heen en wees uiteindelijk naar de stinkende braadpan die als wc diende. ‘Om het ranzigste eten te eten, de stomste klusjes te moeten doen en in dit vieze hol te wonen?’
‘Ja, ik vind het geweldig,’ zei Turk fel en sarcastisch. ‘Wat is het toch heerlijk om de grootste loser van de stad te zijn.’
‘Dan moet je nu goed naar me luisteren.’ Lance legde zijn handen op Turks schouders. Turk schudde ze van zich af. ‘Want ik weet één ding zeker: niemand kan Drake tegenhouden of vermoorden. Dus iedereen is bang. Misschien vinden we wel een manier om ons bij Drake aan te sluiten. Of misschien moeten we gewoon wachten tot iedereen echt in paniek is geraakt, en dan kunnen wij toeslaan.’
Turk veegde dit idee niet meteen van tafel. Misschien had Lance wel gelijk. Iedereen wist dat Albert barstte van het goud en van de berto’s en van allerlei eten – zelfs blikken van vroeger, echt eten.
‘Ik weet het niet, hoor,’ zei Turk. ‘De Mensenclub hoort ergens voor te staan. Ik bedoel, wij verdedigen de mensen tegen de freaks, toch? We komen op voor de gewone mens. We stelen niet zomaar spullen. We zijn toch geen bende of zo?’
Lance lachte smalend. ‘Man, soms ben je echt best wel dom. Je begrijpt niet eens wat er aan de hand is.’ Hij ging op de armleuning van de bank zitten zodat hij op Turk neer kon kijken. ‘Het gaat niet alleen om de freaks. Hallo, jij bent degene die allerlei ideeën heeft en zo, en dan heb je dit niet eens in de gaten. Je ziet niet eens dat de hele raad uit zwarten en Mexicanen bestaat. Want dat krijg je nu: al die minderheden hebben zich bij de freaks aangesloten.’
Turks hersenen kwamen langzaam op gang, maar ze gingen steeds sneller. ‘Jamal hoort bij ons, en die is ook zwart.’
‘Nou en? We gebruiken Jamal om bij Albert binnen te komen en daar sla jij je slag. Ik bedoel alleen maar dat jij en ik normale mensen zijn. We zijn niet zwart of homo of Mexicaans. En wíj moeten de wc’s graven. Hoe kan dat?’
Turk wist het antwoord wel: omdat het hun niet gelukt was om de macht te grijpen. Maar van deze kant had hij het nog nooit bekeken.
‘Astrid is een gewone blanke,’ wierp Turk zwakjes tegen. ‘En Sam ook.’
‘Sam is een freak, en ik denk dat hij misschien zelfs wel Joods is,’ zei Lance. Zijn ogen glinsterden. Hij liet zijn tanden zien en grijnsde tijdens het praten. Het was niet zijn meest flatteuze uitdrukking. ‘En Astrid zit niet meer in de raad.’
Turk was overtuigd. Hij voelde hoe de nieuwe ideeën zich nestelden in de donkere hoekjes van zijn gekrenkte geest. ‘Drake is blank. En Orc ook, onder al dat spul, zeg maar. En ergens zijn het wel freaks. Maar ook weer niet echt. Want ze zijn zeg maar geen freaks gewórden, ze hebben een ongeluk gehad waardoor ze iets raars hebben gekregen.’
‘Precies,’ zei Lance.
Ja, dacht Turk. Dit zou best eens goed kunnen uitpakken. Dit zou wel eens heel goed kunnen uitpakken. Door Albert uit te schakelen konden ze veel meer ellende veroorzaken dan door een paar huizen in de fik te steken. Albert was degene die de werkelijke leiding had. Hij beheerde het geld en het eten. Dat maakte hem nog belangrijker dan Sam.
Lisa kwam binnen met de kolen die ze op de akkers had geplukt en een dikke rat die ze had gekocht. Het water liep Turk in de mond: ze aten laat vandaag.
‘Eerst eten,’ besloot hij. ‘Daarna bedenken we wat we gaan doen.’